Heracles Almelo heeft sinds kort twee teammanagers. René Kolmschot en Edwin Plegt zijn samen de vervangers van Edwin van Lenthe die de club na 19 jaar heeft verlaten. “De functie is zo complex geworden, daar moest je in mijn beleving een duobaan van maken.”

De marsroute van René Kolmschot (57) richting zijn nieuwe functie als teammanager is genoegzaam bekend. De man uit Saasveld speelde 378 wedstrijden voor Heracles, was daarna jeugdtrainer, coach van het Beloftenelftal, scout en ook nog eens fulltime clubicoon. Recent vierde Kolmschot zijn 40-jarige jubileum bij Heracles Almelo.

De achtergrond van Edwin Plegt (59) is een tikje anders. De inwoner van Langeveen was decennialang mede-eigenaar van Löwik Installatietechniek in Almelo, zat al op de tribune aan de Bornsestraat toen Hendrie Krüzen op 15-jarige leeftijd debuteerde in het eerste elftal, was sponsor van de club, participeerde in het spelersinvesteringsfonds en was ook nog eens een gewaardeerd “Ausputzer” in het businessclubelftal.

Daarnaast verrichtte Edwin Plegt de afgelopen jaren als ondernemer in ruste bij gelegenheid hand- en spandiensten voor de toenmalige teammanager Edwin van Lenthe. Hij haalde bijvoorbeeld spelers op van Schiphol of begeleidde ze in woonwijken tijdens een activiteit voor de Foundation. Het was dan ook niet zo’n gekke gedachte dat Edwin Plegt als opvolger in beeld kwam toen Edwin van Lenthe in maart van dit jaar concludeerde dat hij na 19 jaar Heracles Almelo toe was aan een nieuwe uitdaging.

“Na een telefoontje van Hendrie Krüzen heb ik een gesprek gehad met Hendrie en Ernest Faber, de technisch directeur. Zij wilden een teammanager die 24-7 beschikbaar is, continu aan staat, ook nog eens fulltime in dienst. Daar ga ik niet aan beginnen, zei ik direct. Ik ben gehecht aan mijn vrijheid en heb ook nog wat zakelijke verplichtingen in de adviessfeer.”

 “Ernest nam daarna heel rustig het woord en vroeg: Hoe zie jij het dan zelf voor je? Ik antwoordde: De functie van teammanager is zo veelomvattend en wordt zo complex; in mijn beleving moet je daar een duobaan van maken.”

Het idee landde goed, er volgde een akkoord, met dien verstande dat er nog wel iemand gevonden moest om het duo te completeren. Plegt: “Toen ik daarover nadacht schoot me direct de naam van René te binnen.”

Kolmschot: “Toen ik trainer was van het Beloftenelftal kwam Edwin vaak op maandagavond langs. Wedstrijd kijken, na afloop samen een biertje drinken. Gezellig. We hadden een klik.”

Maar nooit de gedeelde droom om teammanager van Heracles Almelo te worden. Kolmschot: “Een van de redenen dat ik destijds naar de scouting ging was dat ik niet meer hele weekenden met het voetbal bezig wilde zijn. Nu moest ik thuis gaan vertellen dat ik toch weer meer uren zou gaan draaien.”

Plegt: “Dat is het grote voordeel dat je het met zijn tweeën doet. Je kunt nu wel zeggen: Ik ben er even niet.”

Kolmschot: “Wat me in deze functie vooral aantrok was toch wel het werken met de spelers. Als scout ben je veel alleen onderweg. Met mensen omgaan, ze helpen, dat geeft mij heel veel energie. Overigens werk ik ook nog steeds 20 uur in de week als scout.”

Het duo ging op 1 juni van start en het was vanaf dag een rennen en vliegen. Kolmschot: “Er kwam zoveel informatie op ons af en ook nog eens van allerlei kanten…. Op een gegeven moment hadden we zoiets van: We gaan gewoon aan de slag en als we onderweg problemen tegenkomen, dan lossen we ze op.”

Vrij snel daarna brak ook nog eens de transferperiode aan met tal van inkomende en uitgaande spelers. “Er moet in zo’n aanloop naar het nieuwe seizoen echt veel gebeuren”, weet Edwin Plegt nu. “BSN-nummers aanvragen voor de buitenlandse spelers, gemeentelijke documenten regelen, rijbewijzen omzetten, belastingadviseurs aandragen en ga zo maar door.”

Kolmschot: “Vooral de buitenlandse spelers moeten natuurlijk letterlijk hun weg zien te vinden. Ze hebben veel vragen. Wat is een waarborgsom? Wat moet ik met een Vereniging van Eigenaren? Als je zoals Manny Rodriguez uit de Dominicaanse Republiek komt, is dat niet altijd even duidelijk.”

“Neem de huisvesting”, vervolgt Edwin Plegt, “sowieso een probleem in Nederland. Als dan in twee weken tijd zeven buitenlandse spelers binnenkomen die allemaal een huis moeten hebben…. Jaahaa… Toch zijn we erin geslaagd om ze alle zeven binnen no-time op een leuke plek onder te brengen. Daar zijn we wel trots op.”

“En ach, dan kom je een keer om 10 uur ’s avonds thuis”, zegt Kolmschot. “Die jongens zijn oprecht dankbaar als je iets voor ze geregeld hebt. Daar krijg ik dan weer nieuwe energie door.”

Een taakverdeling hebben de twee niet. “Ik pak net iets makkelijker de voetbaldingen op. Edwin heeft een groot zakelijk netwerk waar we bij de huisvesting weer van profiteren”, schetst Kolmschot. “We moeten beide wel alle vakgebieden beheersen. Je kunt tenslotte te maken krijgen met ziekte, noodgevallen, vakanties. Dan moet de zaak wel doordraaien.”

Wie er uiteindelijk op de bank zit als op 7 augustus de competitie begint? “Dat moet Vincent maar bepalen” vindt Kolmschot. “Ik heb die bank in mijn leven genoeg gezien. Dus ik zeg: laat Edwin daar maar mooi zitten.”