Elke wedstrijd schrijft zijn eigen geschiedenis. Vol met bijzondere verhalen en gedenkwaardige momenten. In deze rubriek kijken we vooruit naar de eerstvolgende wedstrijd door te putten uit Heracles Herinneringen.
In de aanloop naar Heracles Almelo – Go Ahead Eagles betreffen die herinneringen natuurlijk Gerard Somer. Het zijn dierbare herinneringen. Want de voetbalman, die onlangs op 81-jarige leeftijd overleed, drukte op beide clubs nadrukkelijk zijn stempel. Voor Go Ahead Eagles speelde de in Deventer geboren Somer meer dan 300 wedstrijden in het betaalde voetbal en hij diende de club ook nog even als technisch manager. Voor de Heracles-familie geldt hij nog altijd als een belangrijke architect van Het Wonder van Almelo. Somer was de trainer van de ploeg die in 1985 totaal onverwacht kampioen van de eerste divisie werd.
Gerard Somer was geen onbekende toen hij in 1983 werd aangesteld als trainer van Heracles Almelo. In het seizoen 1975-1976 had hij zijn laatste jaar als profvoetballer al gesleten aan de Bornsestraat in Almelo. “Gerard kwam naar Heracles toen ik stopte”, graaft clublegende Arend Steunenberg in zijn herinneringen.
Steunenberg en Somer waren wel ploeggenoten in onder meer Jong Oranje en het militaire elftal. “Als speler was Gerard een grote meneer. Hij had bijna tien jaar met Go Ahead in de Eredivisie gevoetbald en zelfs Europees gespeeld tegen Celtic. Hij was oorspronkelijk een defensieve middenvelder. Had een goed overzicht en een uitstekende mentaliteit. Dat kenmerkte hem later ook als trainer: een man met een sterke mening, maar geen bla-bla-figuur.”
Gerard Somer was een beginnende trainer toen hij in 1983 zijn intrede deed bij het toenmalige Heracles’74. Nog geen veertig jaar en met alleen wat ervaring bij de amateurs van Rietvogels en Achilles’12 op zak. En Heracles was een club in nood. Het waren de jaren, zoals toenmalig voorzitter Ger Vermeulen het eens in de documentaire Uit niets kampioen benoemde, waarin Heracles elk seizoen weer strijd leverde om “net niet laatste in de eerste divisie te worden.”
Het waren ook de jaren waarin de schulden zich opstapelden, de spelers maar moesten afwachten of en wanneer ze betaald kregen en er met melkbussen werd gecollecteerd bij wedstrijden. In diezelfde documentaire Uit niets kampioen ging ook Gerard Somer dieper in op de problematische situatie van de club: “Ik vroeg mijn vrouw wel eens of ze nog wat waspoeder over had om de tenues te wassen. Dan was het geld weer op.”
Kortom: het waren roerige tijden, zoals Jan van Staa, destijds aanvoerder in Almelo, het 40 jaar later omschrijft. “De financiële problemen knelden aan alle kanten”, weet de tegenwoordige analist van RTV Oost. “Wij trainden ’s avonds om 18.00 uur, maar het was nooit zeker of de sessie wel kon doorgaan. Het kon maar zo dat de elektriciteit voor de lichtmasten was afgesloten. Soms werd ons ook gevraagd om af te zien van de wedstrijdpremies. Dan weer moest eerst de bingo op vrijdagavond worden afgewacht, want met die opbrengst konden weer wat schuldeisers worden afbetaald. Er was altijd wel wat.”
In het oog van die storm bleef de beginnende trainer Gerard Somer pal overeind staan. Van Staa: “Gerard was een soort van vader/manager voor ons. Een warme persoonlijkheid die goed kon luisteren. Hij slaagde erin om de sores zoveel mogelijk bij ons weg te houden en gebruikte die sores tegelijkertijd om een eenheid te smeden van de groep die bestond uit veel semiprofs en enkele full-profs. Als wij als spelers en staf het ook nog laten afweten, is het helemaal gedaan met deze club, zei Gerard altijd. En hup, daar gingen we weer.”
In zijn eerste seizoen aan de Bornsestraat leidde Gerard Somer Heracles naar de twaalfde plaats van de eerste divisie. Een jaar later gebeurde het onwaarschijnlijke. In het najaar van 1984 veroverde Heracles de eerste periodetitel sinds jaren en een half jaar later zelfs het kampioenschap van de eerste divisie door van de laatste zeven competitiewedstrijden er vier te winnen en drie gelijk te spelen. Nog altijd fonkelt de kop in De Telegraaf waarmee die bijzondere prestatie werd geduid. Het wonder van Almelo.
Jan van Staa knikt instemmend. “Samen met technisch manager Arie Stehouwer heeft Gerard Somer de ploeg en daarmee de club op de been gehouden. Hij zorgde ervoor dat we plezier bleven houden, zijn trainingen waren nooit saai, bij vrijwel alle oefenvormen stond de bal centraal. Daar stond Gerard als trainer ook voor. Hij kwam uit de Go Ahead-school en hield van verzorgd voetbal. Dat projecteerde hij ook op Heracles.”
Van Staa herinnert zich nog dat hij en Hendrie Krüzen vaak een ochtendtraining in elkaar knutselden. Gerard Somer had immers ook nog een maatschappelijke carrière en de paar full-profs die Heracles rijk was kwamen op die manier toch aan hun trainingsuren.
“Het was een compleet andere tijd”, beaamt Hendrie Krüzen. “De club Heracles was echt aan het overleven, toen. Arie Stehouwer en Gerard Somer deden het met zijn tweeën. Arie was als manager echt het mannetje. Afkomstig uit Apeldoorn, grote mond, beetje bluffen. Gerard was wat ze tegenwoordig een verbinder noemen. Ook als we weer eens geen geld hadden gekregen, bleef hij positief. Hij praatte ons naar elkaar toe, zorgde dat we een hechte eenheid werden. Ik vond hem een warm mens, waarvoor je een stapje extra deed.”
Uiteindelijk liet Somer de spelers van Heracles in het seizoen 1984-1985 boven zichzelf uitstijgen. Krüzen: “We hadden een smalle selectie met daarin best aardige spelers. Ab Gritter en Johan Tukker zorgden voor de ervaring, Rob Poell en Ray Richardson waren backs die bleven gaan, Tjalling Dilling knapte veel vuil werk op het middenveld op, Rudy Metz was als spits sterk met het hoofd, Hannes Lalopua was er – natuurlijk – en de jonge Rudy Degenaar was aan het doorbreken. Maar we vormden geen ploeg die op voorhand tot de titelkandidaten werden gerekend. Dat we met alle problemen die de club teisterden toch kampioen werden, is inderdaad een wonder. Een belangrijk deel daarvan komt op het conto van Gerard Somer. Hij gaf ons het geloof dat we meer konden dan je op basis van onze eigenlijke kwaliteiten kon verwachten.”
Gerard Somer legde eind 1987 zijn functie als trainer van Heracles neer omdat hij dat werk niet langer kon combineren met zijn maatschappelijke carrière op een ingenieursbureau. Na een ziekbed overleed hij op 3 november in zijn geboorteplaats Deventer. Heracles Almelo wenst zijn nabestaanden alle sterkte met dit verlies.
Komende zaterdag wordt er, voorafgaand aan Heracles Almelo – Go Ahead Eagles, een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis aan Gerard Somer.






























