Elke wedstrijd schrijft zijn eigen geschiedenis. Vol met bijzondere verhalen en gedenkwaardige momenten. In deze rubriek kijken we vooruit naar de eerstvolgende wedstrijd door te putten uit Heracles Herinneringen.
Heracles Almelo treedt zondag in Enschede aan tegen FC Twente. Op 5 september 1965 gebeurde dat óók toen de Eredivisie, kort na de oprichting van FC Twente’65, voor de eerste keer kennismaakte met deze uitvoering van de Twentse twist. Het bijzondere van toen: het FC Twente-icoon van latere jaren speelde zijn eerste Twentse derby in het shirt van Heracles.
Epy Drost.
In de zomer van 1965 had Heracles spits Henny van Nee verkocht aan GVAV en van de transferopbrengst kocht de club drie jonge spelers. Flip Stapper van Blauw Wit, Chris Hartjes van De Graafschap en Epy Drost van FC Wageningen. Drost was destijds een 19-jarig talent dat ook in de belangstelling stond van PSV, maar door Heracles werd gekocht voor 60.000 gulden (ruim 27.000 euro). Daarnaast kreeg Wageningen Bennie Marcus toe, een linksbuiten.
Drost was een gekende jeugdinternational en had in drie seizoenen al 41 keer gescoord voor Wageningen. Zijn komst naar Almelo was dan ook omgeven door hoge verwachtingen. In lokale bespiegelingen werd zelfs al gerept van een seizoenproductie van 30 plus.
Zover kwam het niet. Eenmaal in Almelo ontvouwde zich rond de voetballer Drost vooral een heuse identiteitscrisis. Wat was nu zijn ware ik? Was hij een aanvaller, een verdediger of misschien toch meer een middenvelder? De meningen waren verdeeld, de posities waarop Drost werd ingezet óók.
Heracles-trainer Jan de Bouter zag in hem een rechtsbuiten, die vaart en creativiteit in het spel moest brengen. Ploeggenoot Stapper vond hem meer een rechtsbinnen, zeg maar aanvallende middenvelder. En dan was er nog Jan Zwartkruis, zijn coach bij de nationale militaire selectie.
De snelheid en het rappe draaivermogen van de speler waren voor Zwartkruis aanleiding om Drost in de nationale militaire ploeg als laatste man op te stellen. Zijn beweegredenen legde de coach later uit in de Drost-biografie In Alles Anders van Bert Nederlof.
“Ik vond Epy te onstuimig om hem voorin of op het middenveld te laten spelen”, zo wordt Zwartkruis geciteerd. “Als hij de bal had kon de rest wel naar huis, want hij knalde voortdurend van een meter of veertig op doel. Dan ging-ie vaak hoog over of de doelman kon de bal gemakkelijk vangen. Bij Epy hielden de combinaties op. Daarom heb ik hem achterin gezet, daar moesten de combinaties beginnen.”
Hoe het ook zij: in zijn eerste seizoen voor Heracles Almelo kwam Drost slechts tot 19 wedstrijden. Van de verwachte doelpuntenstroom kwam niets terecht, hij maakte er geen een. Als rechterspits voelde Drost zich ongelukkig, hij kreeg er nauwelijks een bal. Niet zelden ook moest hij mokkend plaatsnemen op de reservebank.
Onder de hoede van Zwartkruis voelde Drost zich wel senang. Hij trainde met plezier bij de militairen en roemde Zwartkruis als een trainer die mee kon in de top van het Nederlandse clubvoetbal. Ook vanwege zijn militaire dienplicht wilde Drost in Almelo nog wel eens een training overslaan. Hij maakte in een seizoen drie trainers mee, voelde zich een beetje een vreemdeling en vond de gang van zaken bij de club maar rommelig. “Je moest bij Heracles overal zelf voor zorgen”, zei hij eens.
Aan het einde van dat seizoen degradeerde Heracles uit de Eredivisie en meldde Drost bij het bestuur dat hij wilde vertrekken. Hij vond echter geen gehoor, ook niet nadat hij dreigde te stoppen met voetballen. “Dat moet je zelf weten hield het bestuur de poot stijf. Jij komt hier niet weg”, vertelde Drost in In Alles Anders.” Drost wist dat FC Twente naar hem had geïnformeerd en serieuze belangstelling had. “Gelet op de animositeit tussen de clubs had ik niet veel hoop dat de transfer door zou gaan. Op het laatste uur van de transferperiode kwam het toch nog rond.”
En de rest werd geschiedenis.


Epi Drost op de elftalfoto van Heracles Almelo, gemaakt in 1965. Drost zit gehurkt in het midden.






























